Dinsdagochtend 10 juli 2001, 11.00 uur 's ochtends. De verslaggever zit klaar bij petit restaurant Delcavi aan de Beethovenstraat, in afwachting van Neerlands enige rock 'n roll-ster Herman Brood. Na twintig minuten komt Brood aangestept, papegaai Cor op de schouder. ' Doet u mij maar een crème de menthe', zegt hij onmiddellijk, na zich te hebben voorgesteld. ,,En een broodje rosbief, maar dan zonder broodje.''
Het was aanvankelijk lastig om Brood te spreken te krijgen. Manager Koos van Dijk was zoals altijd snel en welwillend, maar Brood zelf had weinig trek in een ´gesprek over teksten´. Bedoeling: publicatie in De Poëziekrant. De deal was nog niet gemaakt, maar alles wees er op dat de hoofdredactie van de Poëziekrant geïnteresseerd was in publicatie van het interview. Het liep anders, zo zou blijken.
,,Of ik de lezertjes van uw krantje iets te melden heb is nog maar de vraag'', zegt Brood direct als zijn geliefde drankje arriveert. ,,De publicatie van mijn dichtbundel 'Zoon van alle moeders' stamt immers alweer uit 1988. Bovendien voel ik me de laatste tijd als een uitgeknepen dweil. Een wesp die na half doodgeslagen te zijn nog even stuiptrekt. Kent u dat?''
Opvallend dat het omslag van die bundel een afbeelding bevat van Lucebert, de Keizer der Vijftigers.
,,Dichter en schilder Lucebert is een van mijn grote voorbeelden. Voornamelijk als schilder en tekenaar dan. Qua poëzie ben ik meer beïnvoed door C.B. Vaandrager.''
Vaandrager is eveneens iemand die de verdovende middelen niet schuwt. Bestaat uw verwantschap daar voornamelijk uit?
,,Cor heeft hele mooie dingen geschreven. Hij is net als ik iemand die snel werkt. Hij leeft zó snel dat hij nauwelijks de tijd neemt om regels netjes af te schrijven. Ik heb mijn papegaai naar hem vernoemd, by the way.''
U spreekt over hem alsof hij nog onder ons is, terwijl hij in 1992 is overleden.
,,Dat heb ik meestal met mijn helden, die beschouw ik als springlevend. Wiliam Burroughs, Mose Allison, Lenny Bruce, Little Richard…. En Dolly Parton natuurlijk.''
Schrijft u nog gedichten?
,,Ik heb heel wat aantekeningen die overal en nergens rondslingeren. Hopelijk worden die nog eens samengesmolten tot nieuwe gedichten. Maar zelf ben ik daar niet toe in staat, momenteel. Omdat ik me kloten van de bok voel, meneer.''
Ik citeer uit een van uw gedichten: 'As jem die denkie/ nette vent/ beetje stram…/pijn in de nek?
,,Ja, dat staat in die bundel. Maar mijn huidige gemoedstoestand gaat wel wat verder dan pijn in de nek. Sinds ik gestopt ben met speed weigert mijn lichaam naar behoren te functioneren.''
U was altijd een bron van energie, zowel tijdens het schilderen als op het podium…
,,Nu ik mijn plezierpoedertjes moet missen, leef ik voornamelijk op crème dementhe, oftewel crème dement. Het kost me de laatste tijd steeds meer moeite om teksten te verzinnen voor nieuwe nummers. Dus speel ik vaak leentjebuur.''
'Voel de kracht wegvloeie/in m'n achterhoof…/m'n lichaam slap nu/ik ben een muis/probeer me te verberge/voor hoog vliegende havikke…U laat werkwoordsvormen achterwege, alsook medeklinkers, op dezelfde wijze als C.B. Vaandrager dat deed.
,,Nou, Cor, mijn papegaai en ik hebben de koppen eens bij elkaar gestoken en vonden dit een prima vorm. Daarna is het nog een hele mooie avond geworden.''
Hoe ziet u uw plaats in de Nederlandstalige literatuur?
,,Kijk jongen, vroeger werkte ik vaak samen met Pé Hawinkels, die schreef teksten voor me en vertaalde klassieke schrijvers. Maar Pé is al jaren dood en dat is kut. Ik beschouw mijzelve niet zozeer als literator of literatureluur als wel de zoon van alle moeders. Maar succes kent natuurlijk vele vaders, dat is evident. Heeft u inmiddels genoeg voor dat blaadje? Kan ik al weg?''
Tot slot dan, heeft uw positie als Bekende Nederlander niet uw functie als koning van de polder-rock 'n roll aangetast? Uw flirts met bijvoorbeeld majoor Bosshardt….
,,Met majoor Bosshardt is niets mis, dat is mijn mening. We zoeken allebei naar hetzelfde, ook al is de uitwerking net even anders. Voor u zou ik willen zeggen: blijft stijgen, op zoek naar het heldere licht, zodat wij niet in het donker hoeven te lopen.''
Vervolgens drinkt Brood zijn glas in één teug leeg, schudt de verslaggever de hand en verdwijnt op zijn step, Cor op het hoofd.
P.M. Delèfre
(Het interview wordt nooit gepubliceerd. Brood springt op 11 juli 2001 van het dak van het nabijgelegen Hilton Hotel)
Herman Brood ' Cor en ik', zeefdruk